Overslaan en naar de inhoud gaan
Lokale antibioticaboekjes

Sepsis/bacteriemie bij centraal veneuze lijn/catheter: algemene informatie

Algemene opmerkingen

Differentiëren tussen de lijn als bron van de bacteriëmie en een ander focus is soms moeilijk. 

Verwijderen van de lijn biedt de grootste kans op genezing. Bij bacteriëmie met S. aureus of bij candidemie dient de lijn verwijderd te worden. Dit geldt ook voor Stenotrophomonas maltophilia, Pseudomonas aeruginosa en Acinetobacter baumannii bacteriëmie.  

Definitieve genezing van een infectie ter hoogte van het onderhuids getunnelde traject van de lijn noodzaakt meestal verwijderen van de lijn.

Omdat de micro-organismen die infectie van de lijn veroorzaken meestal aan de binnenkant van de lijn kleven, dienen antibiotica DOOR DE LIJN te worden gegeven voor de volledige behandelingsduur. Bij gebruik van een antibiotisch lock kan hiervan worden afgeweken.

In bepaalde situaties is het gebruik van een antibiotisch lock aangewezen. Welk antibioticum in het lock wordt gebruikt hangt af van het gevonden micro-organisme. Wanneer het wenselijk is om behalve een antibioticum ook heparine aan het lock toe te voegen, dient er rekening te worden gehouden dat niet alle antibiotica met heparine gemengd kunnen worden (zie ook tabel 9 van de IDSA guideline).

Voor coagulase negatieve staphylokokken werd bovendien aangetoond dat de lock concentratie minstens 5000 keer hoger moet liggen dan de MIC om biofilm sterilisatie te bekomen. Dit betekent dat een vancomycine concentratie van 5,0 mg/mL noodzakelijk is.

Omdat, in het bijzonder in het distale stuk van de katheter, er over verloop van 24-72 uur sterke verdunning van het antibiotisch lock plaatsvindt, dient het antibiotic lock bij voorkeur dagelijks en minimaal om de 72 uur te worden vervangen.

06-07-2026: op dit moment is het nog niet mogelijk om een AB-lock te orderen. Dit volgt op korte termijn.

Voor salvage therapie geldt:

  • ‘Short term’ katheter: 7 dagen systemische antibiotische behandeling via de lijn.
  • ‘Long term’ katheter: 10 dagen systemische antibiotische behandeling via de lijn + antibiotic lock.
  • ‘Long-term’ katheters zijn katheters bij nierdialyse en chronische parenterale voeding in de thuissetting. O.a., maar niet beperkt tot, Hickman, Port-a-cath, Broviac en dialysekatheter.  
  • Snelle klinische verbetering is een vereiste. Bij hemodynamische instabiliteit, persisterende koorts/positieve bloedkweken of recidief bacteriemie na staken therapie: verwijderen CVC.
  • Overweeg om  na 72 uur een nieuwe bloedkweek perifeer en uit de centrale lijn af te nemen.  

 

Coagulase-negatieve staphylokok (CNS), streptokokken, enterokokken, Corynebacterium species:

  • Verwijderen CVC: hierna 48 uur gerichte therapie bij neutropene patiënt, geen verdere behandeling nodig bij niet-neutropene patiënt.
  • Salvage therapie: mogelijk voor ‘short term’ en ‘long term’ katheter (zie boven). Bij ‘long term’ katheter: geef antibiotic lock met vancomycine 5,0 mg/mL

 

S. aureus:

  • Verwijderen CVC. Voor verder advies zie: Staphylococcus aureus bacteriëmie pagina [wordt nog gemaakt].
  • Salvage therapie: niet mogelijk.

 

Gramnegatieve staven (GNS):

  • Verwijderen/wissel CVC: daarna 7 dagen gerichte therapie bij neutropene patiënt en 48 uur gerichte therapie bij niet-neutropene patiënt.
  • Salvage therapie is niet mogelijk bij lijninfecties met Stenotrophomonas maltophilia, Pseudomonas species en Acinetobacter species.
  • Salvage therapie wordt afgeraden bij ‘short term’ katheters, exit- of tunnelinfectie en bij neutropene patiënten.
  • Salvage therapie kan overwogen worden bij ‘long-term’ katheters (zie hierboven).
  • Bij salvage therapie: antibiotic lock met gentamicine 1 mg/mL of bij gentamicine-resistentie: ciprofloxacine 0,2 mg/mL.

 

Candida species:

  • Verwijderen CVC: Voor verder advies: zie: Candidemie.
  • Salvage therapie: niet mogelijk.

 

Schimmels en Mycobacteriën

  • Verwijderen CVC.
  • Salvage therapie: niet mogelijk.

 

Salvage mogelijk en AB-lock?

Voor andere species dan de genoemde zie IDSA-richtlijn.

Verwekker  Salvage mogelijk?  AB-lock 
CNS / Enterokok / Streptokok / Corynebacterium Ja  Vancomycine 5 mg/mL (bij long-term CVC) 
Staphylococcus aureus Nee  Nee 
Candida species  Nee  Nee 
Gramnegatieve staven (m.u.v. onderstaande)  Ja (long-term CVC)  gentamicine 1 mg/mL of ciprofloxacine 0,2 mg/mL (bij gentamicine resistentie) 
Acinetobacter / Pseudomonas /Stenotrophomonas   Nee  Nee 
Schimmels / Mycobacteriën  Nee  Nee 

Voor meer informatie over concentratie en bereiding zie Centraal veneuze katheter (CVK/CVL/PICC): verzorgen, aan- en afsluiten.

Vancomycine: bij voorkeur continu doseren, voorafgegaan door oplaaddosering.  
 

Let op! Bij vancomycine is spiegelcontrole noodzakelijk.

Bronnen

Categorie
Metadata

Swab vid: G-390932.1
Bijgewerkt: 08/28/2026 - 14:57
Status: Published